Boot, brood, ring.

Mijn lief vroeg me in februari 2018 met hem te trouwen, ik vond dat een goed plan en een ruim half jaar later zijn we met elkaar getrouwd.  

Dit is de korte versie van het verhaal. De langere versie is nogal saai. Op de hoogtepunten “Het Aanzoek”, “Vrijgezellenfeesten” en “De Bruiloft” na, is het veel micromanagement over de juiste kleur wit van je schoenen, of je het trouwboekje dan wel in leer, dan wel in kunststof gebonden wilt, hoeveel bier een gemiddelde gast drinkt en op welk nummer je naar het altaar loopt (laat ik het zo zeggen, de theme song van Jurassic Park bleek niet iedereen bekend mee te zijn en bracht redelijk verbaasde blikken over zoveel klassiek muzikaal geweld terwijl ik op hakken door het gras naar de ambtenaar struikelde).

Maar ik wil iets vertellen over het aanzoek, en hoe dat bijna mis ging, en hoe dat samen hangt met het hebben van vreemde hobbies.

Je moet weten, wij zijn al wel een tijdje samen, en we hadden ook wel bedacht dat trouwen een goed idee zou zijn. We hadden ons vervolgens in de onmogelijke situatie gemanoeuvreerd dat het aanzoek door hem gedaan zou moeten worden, omdat ik alle andere relatiekeuzes zo’n beetje had gemaakt dan wel er bijzonder enthousiast voor had gelobbyd. En dus lag dit in zijn handen, maar omdat ik dus meer van het “Let’s go!” type ben, en hij iets meer van het broeden en erop zitten, was dit een enigszins gespannen punt in ons samenzijn geworden. Waar we meestal heel soepel mee omgingen, maar soms ook niet, nadat ik bijvoorbeeld verwachtingsvol op bergtoppen en muren in China had gestaan.

Hier ben ik bijvoorbeeld niet ten huwelijk gevraagd.

Maar op een dinsdag in februari stond er in onze gezamenlijke google-agenda “date”. De date bleek een trip naar Vuurtoreneiland te zijn. Maar aangezien ik dus verwachtingsvol op bergtoppen en dergelijke had gestaan, weigerde ik nog ergens verwachtingsvol te gaan staan wachten. En op een random dinsdagavond in februari naar een prachtig eiland en fantastisch restaurant, dat is gewoon wat het is. Een random dinsdagavond. (Bij jullie niet? Tss.) 

 

Ik was dus best wel blij met deze random dinsdagavond.

 

Je moet weten, Vuurtoreneiland is onbeschrijfelijk mooi. Het is een plek met een inmiddels in onbruik geraakte vuurtoren, een kudde schapen, een vuurtorenwachterhuis, en een fantastisch restaurant. Je komt er alleen met een boot, en je kunt alleen mee als je heel erg lang van te voren hebt gereserveerd. Mijn lief had me al eerder een keer meegenomen, op mijn 30ste verjaardag in mei, en toen heb ik de hele avond lopen huilen omdat de schapen zo ruig waren, het eiland zo mooi, het eten heel lekker, en de vogels zo vlak langs het glazen restaurant vlogen. Ik ben een blije huiler. 

 

Vuurtoren in mei.

 

In februari was het echter donker. We klommen na de boottocht met lantaarns het donkere eiland op. De lange sliert van lantaarns, de lichtjes van Amsterdam in de verte, de boot met zijn lantaarntjes, de silhouet van de vuurtoren – alles was zo mooi! Zo prachtig! Kijk lief, de lichtjes, kijk nou, hoe mooi! En toen gebeurde iets vreemds: mijn lief trok me van het paadje. Over hem moet je weten dat het niet iemand is die van een paadje afwijkt, en ergens registreerde ik dat, maar ik bleef verliefd doorwauwelen over de lantaarns, de lichtjes en de toren. Ik blijk een lastig persoon om ten huwelijk te vragen.  

In de winter zit je niet in een glazen restaurant, maar in de bunkers. Al het eten is op het eiland gemaakt, maar omdat ze er geen gas hebben, wordt er veel gefermenteerd en op hout gestookte ovens bereidt. Sowieso is fermenteren natuurlijk de hipster onder de kooktechnieken. Als je dan toch al met een boot naar een eiland bent gevaren, dan eet je ook gefermenteerde wortels en eet je zelfgebakken zuurdesembrood.

Ik ben natuurlijk ook zo’n fermenteer-nerd. Wat is er leuker dan eten bereiden waar je potentieel erg dood van zou kunnen gaan? Ik bak een zuurdesemstarter en bak mijn eigen brood. Daarnaast stop ik met enige regelmaat dingen lang in een pot in een kelderkast en laat het daar (heel) lang staan, maar ik word er ook een stuk beter in. Zo maak ik tegenwoordig zuurkool en eten we dat allemaal op ook! Kortom, een hobby waar je wat voor over moet hebben omdat af en toe mensen bezorgd en vreemd naar je kijken omdat je hebt besloten om bijvoorbeeld vissaus te maken. En in de kelderkast ruikt het een beetje apart.  

Onder zuurdesembakkers bestaan er vele mythen, gebruiken, rituelen die zich niet altijd verhouden tot wetenschappelijke kennis over zuurdesemculturen. Zo krijgen veel starters een naam, en zouden ze allerlei unieke kenmerken en gistculturen hebben. Een van de rituelen is het onderhouden en doorgeven van oude, unieke, of speciale zuurdesemstarters: 100 jaar geleden gestart door je betovergrootoma, een starter van kluizenaar in Alaska, doorgegeven door een reiziger uit Dubai, je eerste zelfgestarte desem (RIP Rogier)… Een Vuurtoreneilandstarter! Die moest ik hebben. De serveerster was even verbluft over wat ik aan haar vroeg, ging het uitzoeken, en kwam even later terug met de vraag: “Je bedoelt dat je iets wil van een, nou ja, het ziet er nogal uit als een prutje?”

De chefs daarentegen waren bijzonder enthousiast over het idee. Zo enthousiast dat we, vlak voordat we weer de boot op moesten naar het vasteland, trots een weckpot kwamen overhandigen met zuurdesemstarter “Wimpie” (genoemd naar een lievelingsschaap), uitleg en gelukswensen.

Wimpie en ik.

Na wijn bij elke gang en algehele euforiegevoelens over de ervaring liepen we, ik met een pot met zuurdesem stevig in mijn handen, langs de lantaarns weer terug naar de boot. Onderweg ratelde ik blij over mijn nieuwe vriend Wimpie. Mijn lief zag het aan, en moet waarschijnlijk gedacht hebben dat ik mijn verstand aan het verliezen was, maar hij houdt heel veel van me, denk ik.

En toen, een paar passen voor de aanlegsteiger, onder een hels verlichte lantaarnpaal, trok hij me opeens echt heel resoluut van het paadje. Dringend trok ie me naar zich toe en zei: “Lief, ik hou van je!”, en frummelde een doosje met een ring in mijn handen* en toen ik dat doosje voelde zei ik “Ja!”, en op dat moment vroeg iemand achter ons nogal dringend, “Gaan jullie ook mee de boot op?” en toen vroeg hij: “Wil je met me trouwen?”.

Nou, en toen moest ik dus toch nog huilen.

Direct daarna werden we de boot op gedirigeerd, en de blije serveerster die me de starter had bezorgd groette me met: “En veel succes ermee, hè!” Gek genoeg begreep ik op dat moment even niet wat ze bedoelde.

 

* Het doosje had ik jaren geleden per ongeluk al een keer gevonden. Een bonbondoosje met een ring met een typemachine Y erop, lijkt me duidelijk wat dat is. Daarom zei ik al ja voor de vraag.

De moraal van dit verhaal is dat hobbies uit de hand kunnen lopen en dat niet zonder gevaar is, maar dat het uiteindelijk meestal allemaal wel goed komt. 

 

5 Comments

Laat je een reactie achter?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.